Een nieuw perspectief voor de generaties in de kerk

 

               

 

Samen op weg.

Welke manier van kerk-zijn hopen we achter te laten aan de generatie die na ons komt?

Ongeveer 2,5 jaar lang werk ik rond het thema van de generaties in de kerk. Verdiepen in bestaande onderzoeken, luisteren naar verhalen van ouders en kinderen, kerkleiders en kerkleden, jonge christenen in- op de rand van en buiten de kerk, spreken en schrijven over ‘waarom’ vele jongeren worstelen met het geloof en kritisch naar hun kerk kijken… Het is mij altijd tot doel geweest om verbinding te brengen tussen alle leeftijden in Gods gemeente. Zoals ik in vorige artikelen schreef buigen we oppervlakkigheid om naar ‘leerling zijn’. Uitsluiting buigen we om door empathie te tonen voor ‘de ander’. In onze seksuele ethiek wijzen we zowel het traditionalistische als het individualistische denkkader af. Op deze manier worden de jongere en de oudere mentor van elkaar in een geest van openheid, gewillig om van elkaar te leren en samen gehoor te geven aan de navolging van Christus in de wereld.

Onze kinderen.

De jonge generatie ‘millenials’ (1984 – 2002) is anders dan de generatie ‘babyboomers’ (1946 – 1964). We kunnen dit gegeven beargumenteren en strooien met allerlei ontdekkingen en cijfers, maar uiteindelijk is dat niet het belangrijkste. Het gaat erom dat we beseffen dat dit onze kinderen zijn. De moeder die niet meer weet wat te doen omdat haar zoon worstelt met homoseksuele gevoelens en daardoor de kerk verlaat kan haar troosten met dit besef. De vader die machteloos toekijkt dat zijn dochter een andere weg uitstippelt voelt uiteindelijk een liefde die groter is dan wat er ook gebeurd.

Wat betekent dit voor de kerk als wij onze jonge generatie als onze kinderen zien? Kunnen we doorheen onze kritiek ook de nederigheid en gewilligheid opbrengen in hoe God werkt met deze generatie?

Een uitspraak van Henri Ward Beecher is me altijd bijgebleven:

‘Er zijn twee geschenken die we onze kinderen zouden moeten geven: wortels en vleugels’.

Hoe verder?

Kan het zijn dat we soms worstelen tussen dat wat we het meest liefhebben: onze tradities of onze kinderen? Houden we meer van onze uitingen en onze ideeën van de kerk dan dat we realiseren?

De christelijke kerk heeft een nieuwe manier van denken nodig, een nieuwe visie op onze rol in de wereld en het geloof over te dragen op deze en de volgende generaties. Eigenlijk is die “nieuwe denkwijze” niet zo nieuw. Het grijpt terug naar de oude schriftelijke bronnen. Daar ligt de verbindende kracht om de goede oude wijn niet overboord te gooien, maar net te vullen in nieuwe zakken.

De oude perspectieven moeten een plaats krijgen in de huidige snel veranderende tijd. Een nieuw perspectief voor de Westerse kerk betekent dan dat we oude wijsheden uit de schrift op drie manieren herbekijken[1].

  • Laten we ons opnieuw bezinnen over hoe we discipelen maken.

 

  • Laten we onze christelijke roeping herontdekken

 

  • Laten we prioriteit maken van wijsheid van God

Relaties heroverdenken

Christelijke kerken hebben de neiging om een top-down relatie te ontwikkelen. Ouderen geven hun geloofsideeën door aan jongeren. Zo heb ik het in de kerk van mijn jeugd altijd gezien. Dat is ook normaal en niets mis mee. De kerk hoort ook de volgende generatie voor te bereiden om wat God met hen wil doen. Maar ze mag daar niet in blijven hangen. Ze mag het groter aspect niet vergeten, namelijk dat de christelijke gemeente een plaats is waar alle levensfasen met elkaar in relatie staan. Het is een partnerschap van generaties die Gods doel voor hen in hun beperkte tijd vervullen. Het kind is een potentiele volwassene en zal groeien naar onafhankelijkheid. De volwassene wordt ouder en wordt met de tijd afhankelijker. Enkel in de geest van die wederzijdse afhankelijkheid kan het lichaam van Christus tot bloei komen.

Bloeiende intergenerationele relaties zouden het kenmerk moeten zijn dat een kerk onderscheidt van andere culturele instellingen. Een kerk zou niet enkel gedefinieerd moeten worden door opgesplitste leeftijdsgroepen, hoe praktisch ze ook lijken. In de kerk komt het ‘oude’ samen met het ‘nieuwe’, het verleden samen met de toekomst. Die samenhang wordt mooi beschreven in Hebreeën 12:22-24: “Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn, voor God, de rechter van allen, en voor de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn.”

Relaties zijn essentieel voor het maken van discipelen. God-gerichte relaties maken trouwe, volwassen discipelen. Daarom veranderen we oppervlakkigheid in discipelschap (zie voorgaand artikel). We verlaten het oppervlakkige geloof door jonge mensen de mooie kunst aan te leren van het volgen van Christus. Wat is het mooi als een oudere en dan tegen de jongere kan zeggen wat Jezus zei tegen zijn discipelen: ‘Jullie zullen meer doen dan ik’.

Roeping herontdekken

Het tweede perspectief dat de kerk nodig heeft is het herontdekken van haar roeping.

Een pijnlijke constatering is dat veel mensen onduidelijkheid voelen als het gaat over wat God van hen verlangt in hun leven. Veel van de christenen van de volgende generatie hebben er geen idee van dat hun geloof aansluit bij hun leven, levenswerk. Ze hebben toegang tot informatie over de hele wereld, maar hebben geen duidelijke visie. Ik geloof dat God de kerk roept om een breder, grootser en historisch gevoel van onze roeping als lichaam en als individuen te ontwikkelen.

In de Bijbelse overlevering betekent roeping een krachtige richting die God geeft aan zowel een individueel persoon als aan een groep. Roeping is een duidelijk, mentaal beeld van onze rol als volgelingen van Christus in de wereld, het doorgrond die diepere reden van ons bestaan en maakt duidelijk wat we als individu of als gemeenschap mogen doen op aarde.

Ik ben een liefhebber van sportstadions en een tijd geleden las ik over het treffende verhaal van PNC Park, het nieuwe baseball stadion van de Pittsburgh Pirates. De hoofdarchitect van PNC Park vertelde het volgende over zijn ontwerp: “In 1970 werd het oude ‘Three Rivers Stadium’ gebouwd. Het bestuur had besloten om uit besparingen het stadion op dezelfde typische manier te bouwen als vele andere steden in de VS: helemaal omsloten, maar met veel zitplaatsen. Geen van deze stadions werden ontworpen om te passen bij de stad waar ze bij hoorden.” Zie hier het resultaat.

 

De architect ging verder: “Toen ik aan het nieuwe stadion begon, heb ik eerst wekenlang in de omgeving rondgewandeld. Ik wandelde door het centrum van Pittsburgh, terwijl ik nadacht over hoe het nieuwe stadion en bij de stad kon horen. Ik wilde dat het stadion de werkethiek en schoonheid van de stad weerspiegelde. We wilden dat fans de stad, de brug, de rivier konden zien.”

Ziehier het resultaat van het nieuwe stadion.

De architect vervolgde: “De ironie is dat het oude Three Rivers Stadium oorspronkelijk was ontworpen om ook een opening te laten naar de stad, voor een gelijkaardig panorama op de stad. Maar de eigenaars zeiden destijds dat de architect dat moest weglaten om meer zitjes te hebben. Het ging er allemaal om dat er meer betaalde klanten het stadion in konden. Ik ben ervan overtuigd dat als men toe wel een opening had aangebracht, het oude stadion er nu nog steeds zou staan.”

De visie van wat een stadion moest zijn was kortzichtig, en uiteindelijk kosten het de stad ook meer: bouwen, afbreken en opnieuw bouwen. Is in onze kerken min of meer hetzelfde aan de hand? Hoe meer zitjes we kunnen vullen, hoe beter? Maar uiteindelijk gebeurt het tegenovergestelde: we verouderen en kwijnen stilletjes weg. Waar voelen we ons voor geroepen? Waarvoor zijn we kerk in onze omgeving?

Het kost denkwerk en tijd om na te gaan wat onze plaats is in onze omgeving en hoe we haar kunnen dienen. Maar als we het doen geven we zowel gehoor aan de grote opdracht als het grote gebod en kunnen we aangenaam verrast worden als we er Christus ontmoeten.

Zoeken naar wijsheid

Tot slot geloof ik dat de christelijke kerk telkens moet zoeken naar wijsheid om trouw te blijven leven in onze hedendaagse cultuur. Onze gehaaste, entertainende en commerciële samenleving maakt het voor mensen troebel om te onderscheiden wat de werkelijke betekenis is van het leven. Hoe kunnen een leven leiden ‘in’ en niet ‘van’ deze wereld? Daarvoor hebben we God gegeven wijsheid voor nodig.

Wijsheid is een geestelijke en mentale vaardigheid om een juiste omgang te vinden met God, met anderen en met onze cultuur. Wijsheid vinden is een lang en nederig proces dat we ontwikkelen als we Christus zoeken in de schriften, dat we ontvangen door het blijvende werk van de Heilige Geest, dat we zien door de geloofsbelevingen in de kerk en dat we vinden als we geven aan anderen. Maar het begin van wijsheid ligt in het kennen en vrezen van God.

Dat doet me denken aan het verhaal van mijn beste vriend, die christelijk opgroeide, maar nadien een lange tijd vervreemde van de kerk. Zijn beeld van God kenmerkte zich als iemand die in de hoogste nood wel even ‘naar beneden komt’ om te helpen. Een crisis die hem kwelde veranderde dat verwrongen beeld: ‘Ik werd bang wakker en dacht dat ik gek werd, tot God me confronteerde en liet zien wie Hij echt is. Vanaf die dag leerde ik wie ik ben in Gods ogen en hoe ik met Hem hoor om te gaan.

Als vriend was ik onder de indruk van zijn ervaring. Ik heb veel gesprekken met hem gehad, maar enkel de ontmoeting met God zelf bracht dit onderscheidingsvermogen tot stand en gaf hem een vernieuwend denken. Mij gaf het opnieuw inzicht waar de weg naar de wijsheid begint.

Als we ons op de weg van de wijsheid begeven, beseffen we dat we nog niet thuis zijn. In een vorig artikel besprak ik uitvoerig de parabel van Jezus over de verloren zoon. In welke van de broers kan jij je eigenlijk identificeren? Als dit de jongere zoon is, neem dan tijd om de diepte van je hart te doorgronden. Vraag God wanneer het tijd rijp is om ‘tot inkeer te komen’ (Lc. 15:17). Misschien is het tijd om terug naar huis te gaan. Maar misschien wil je niet terug omdat je de lelijke kant van de kerk gezien hebt. Mag je dan de moed vinden om God te vragen om diegene te vergeven die je pijn gedaan hebben. Mag de pijn uit het verleden je niet afhouden om je weg voort te zetten met God en anderen die ondanks hun wonden ook de weg van Christus proberen te bewandelen. Misschien herken je jezelf in het verhaal van de oudere zoon. Zoals de oudere zoon, voel je je thuis in de regels van het geloof terwijl je minachtend neerkijkt op de omarming van de Vader en de jonge zoon. Wees dan eerlijk met jezelf en laat de veroordeling los om in vreugde het feest in te gaan dat God bereid heeft om de verlorenen te verwelkomen. Jezus toont ons hier het hart en het ware gezicht van de Vader. Moge we in de relatie tussen de generaties het ware gelaat van God weerspiegelen. 

Aan het slot van deze artikelenreeks wil ik u vragen eens na te denken over wat uw leidersteam kan doen om deze nieuwe manieren van denken voor uw kerk handen en voeten te geven? Wat is uw ‘call to action’? Wat moet er afgebroken worden, wat niet en wat moet u terug opbouwen? Wenst u hierin ondersteuning? Contacteer ons gerust voor een gesprek.

 

 

 

 

 

 

[1] Drie perspectieven en haar definities vanuit: David Kinnaman, you lost me, Why Young Christians Are Leaving Church… And Rethinking Faith, 2011

DMC Firewall is developed by Dean Marshall Consultancy Ltd