Oppervlakkigheid ombuigen naar leerling zijn.

Waarom gaan we naar de kerk?
Met welke verwachtingen nemen we elke zondag onze plaats in?
Wat hopen we te vinden?

Het zijn vragen die ik mezelf soms stel. Als ik erover nadenk, blijkt dat ik met een aantal verwachtingen ga en hoop iets te ontvangen of opgebouwd te worden. Recent hoorde ik een jonge christen getuigen over zijn kijk op de kerk. Het was confronterend om hem te horen, en het plaatste me voor een spiegel.

“Je kunt naar de kerk gaan voor gemakkelijke antwoorden”, zei hij. “Maar het is als een verband om een wonde te bedekken: het ziet er misschien goed uit, maar de wonde zelf wordt niet behandeld. Momenteel zie ik in mijn geloofsleven de uitdaging om mijn consumptiegedrag aan te pakken. Ik merk dat vele kerken een consumptiemodel hanteren. Je hebt iets nodig en de kerk geeft je dat. Het is even een veilige plaats waar je rust en verademing vindt. Je doet mee aan het avondmaal, de kleine kring, de jeugdgroep en allerhande activiteiten en je kan er weg gaan met niet meer dan enkele oppervlakkige gesprekken. Ga je dan niet naar de kerk voor de verkeerde reden?” . “Maar, zo vertelde hij, ik ben die houding nu aan het afleren. Ik wil niet langer meegaan met die consumptiedrang. Ik heb die houding aan God beleden. Nu zoek ik niet langer entertainment en boeiende programma’s. Nee, ik wil dat het me iets kost, dat ik iets kwetsbaars van mezelf geef en zelf de diepte van anderen mag ontdekken. Ik wil af van een economische vorm van kerk zijn, maar kerk-zijn waarbij mensen in diepe bewogenheid met elkaar omgaan”.

Een van de redenen[1] waarom jongeren de kerk verlaten is omdat ze vinden dat de kerk oppervlakkig is. Het lijkt alsof ze God missen in hun kerk. Ze vinden dat hun kerk helemaal los staat van de cultuur waarin ze leven. Het mes snijdt echter aan twee kanten. Enerzijds zijn er geloofsgemeenschappen die vooral informatie over God overbrengen, waardoor de echte fundamentele geloofswaarheden aan kracht verliezen. Het worden clichés en lege slogans. Het christendom dat sommige kerken overdragen is een meter breed. Anderzijds hebben jongeren zelf vaak een oppervlakkig begrip van het geloof en van de Bijbel. Hun christelijk geloof is maar een centimeter diep. Tel ze op, en je krijgt een generatie jonge gelovigen met een geloof van een centimeter diep en een meter breed: te ondiep om te overleven en te cliché om een verschil te maken.

Kijk daarbij eens naar de overtuigingen van sommige jongeren uit het you-lost me onderzoek van Barna[2] in het overzicht "Oppervlakkig" hiernaast. Deze cijfers vertegenwoordigen miljoenen jonge randkerkelijken in de VS.

Als we spreken over oppervlakkigheid kunnen we misschien wel met de vinger wijzen naar onze kerken, maar ook naar de generatie zelf. De christengemeenschap is door hen gewogen en te licht bevonden.

Hoeveel jongeren bij ons vinden de kerk ‘saai’? Is het niet erg droevig om te horen dat een generatie zegt tegen de 2000-jarige rijke erfenis van het christelijk geloof, dat ze saai is? Je ontmoet mensen die zich verbonden weten met elkaar door een eeuwenoude waarheid van eenheid in Christus en je hoort getuigenissen en onderwijs over Christus en het beste wat je ervan kan zeggen is dat het saai is? Veel van de jongere generatie vindt het blijkbaar prima om oppervlakkig te zijn.

Het EJV deed een massabevraging in 2014 waarbij meer dan 200 evangelische jongeren tussen de 16-30 jaar werden ondervraagd over thema’s als hun zelfbeeld, seksualiteit, gezin, kerk. Ze heeft in het EJV-magazine van de zomer van 2015[1] enkele cijfers meegegeven. Dat zijn erg interessante vaststellingen, en het is belangrijk dat we de resultaten ter harte nemen als we echt bekommert zijn om de jonge gelovigen onder ons.

Bijna 60 % van deze Vlaamse evangelische jongeren heeft een warme band met hun ouders. Dat is bemoedigend. Maar dat betekent dat 40% dat eigenlijk niet kan zeggen. 8 % van de jongeren noemt de relatie met z’n ouders zelfs koud.

Er werden hen ook enkele vragen gesteld over de kerk en hun relatie met hun leiders. 35% vindt de leiders van hun kerk goed in wat ze doen. Beweert dan 65% het tegenovergestelde? Zijn dan 65% van de jongeren niet tevreden over het functioneren van de leiding in hun kerk? 23% van deze jongeren hebben het idee dat de kerkelijke leiders hun helpen in hun ‘geestelijke’ leven. Wat dan met die andere 77% procent? Vele jongeren lijken geen diepgang te vinden op hun geestelijke weg.

Deze resultaten leggen de vinger op het belang van een diepe, vertrouwde band tussen jongeren en hun ouders, tussen jongeren en hun leiders. Dit is wezenlijk. Ik vraag me af in hoeverre we soms denken dat het omgaan met jongeren in onze omgeving enkel het werk is van ‘de jeugdwerker’ of ‘de voorganger’. Die betalen we daarvoor. Ik heb al mooie dingen zien gebeuren in onze jeugd- en kampwerkingen, maar wat als wij als ‘ouders’ of ‘kerk’ deel zijn van het probleem en onze verantwoordelijkheid niet opnemen om in relatie te staan met onze kinderen en andere kinderen?

Toen ik in een gemeente een workshop leidde over generaties en geloof, sprak een oudere vrouw vrijuit. Ze klaagde dat niemand van de jongeren haar ooit begroet, laat staan haar naam kent. De jongeren die bij haar in het groepje zaten, luisterden aandachtig en hoewel zij ook kritiek hadden kwamen ze tot een bemoedigend gesprek.

Beide generaties denken dat de ander hen iets moet geven. Daar zit een hele mooie mogelijkheid in voor ons, namelijk dat we onze voorkeuren, verwachtingen en goede behandeling opzijzetten en ontdekken wat de andere motiveert, nodig heeft en verwacht.

Er ligt een boeiende mogelijkheid voor ons om oppervlakkigheid om te keren. We moeten de focus leggen op waar Jezus toe opriep: het worden van een leerling. In het Engels is daar een mooi begrip voor: apprenticeship (leerling zijn).

Jongeren die diep geworteld zijn in God en werkelijk tot bloei komen in de kerk en hun omgeving hebben vaak goede voorbeelden gehad. Zij hebben gezien en geproefd hoe hun ouders in de moeilijkheid van het leven, toch erin slaagden om hun geloofsroeping uit te leven. Zij hebben geleerd wat een Godsvruchtig leven uitleven betekent. Zij hadden vaak wel goede en diepgaande relaties met andere volwassenen.

De vraag die we moeten stellen is: “Hoe leren we jongeren om te zijn zoals Christus?” Een van de redenen waarom het optrekken met individuen moeilijk is, is omdat we gewoon zijn om activiteiten te organiseren met als doel zoveel mogelijk mensen samen te krijgen. Het lijkt gemakkelijker om in aantallen te denken dan in diepte van de menselijke groei. We meten het succes aan de hoeveelheid mensen die gekomen zijn: Zaal vol = discipelen (Economisch benadering). Het voelt effectief, maar is in wezen niet effectief.

Ik sprak met een collega leerkracht protestants evangelische godsdienst die in de buurt woont van de scholen waar hij lesgeeft. Elke vrijdagavond opent hij en zijn vrouw de deuren voor zijn leerlingen (± 17 – 18 jaar) uit de omgeving. Deze leerlingen, waar ze ook staan op hun geloofsreis, vinden daar een plaats waar ze welkom zijn, waar ze kunnen ontspannen, waar ze hun vragen kwijt kunnen. Ze ontmoeten er God en elkaar.

Je kan een klein groepje jongeren wekelijks zien waarbij de ouders in betrokken zijn en je een aanpak hebt van leren, een route op maat van de jongeren.

Je kan ook om de drie maand 300 jongeren samenbrengen in de vorm van een happening met een topspreker. Daar is niets verkeerd aan, maar wat als het deel van het probleem erin zit dat het weer een geweldige activiteit is en een geweldige spreker, maar geen één op één verdieping, geen ruimte voor diepere levensvragen, geen mensen die zich over lange termijn over anderen ontfermen en waarschijnlijk geen levensontwikkeling naar wat het betekent om te leren sterven aan onszelf. Je kan dit doen en wegkomen met niet meer dan enkele oppervlakkige gesprekken met anderen.

Wanneer je denkt aan de mogelijkheid om oppervlakkigheid om te draaien naar apprenticeship. Wat wil je dan eigenlijk? Wil je dan niet dat jongeren uit je kerk over tien jaar terugblikken op hun jeugd en kunnen verwijzen naar de leer van de kerk en de mentorervaringen, dat ze zeggen: “Ik heb een diepere grond in mijn geloof gevonden omwille van die persoon, leraar of mentor in mijn straat of kerk die in mij geïnvesteerd heeft. Die oog had voor mij en met mij is komen oplopen, die geïnteresseerd was in wat er van mij zou worden.”

Dit is een prachtige kans die we hebben en die niet zal veranderen. Dit is iets wat we als kerk moeten integreren en het is iets wat we kunnen.

Werkvragen voor gevestigde leiders:

  • Op welke aspecten van mijn leven zie ik zelf een oppervlakkigheid?
  • Welke voorbeelden van geloof heb ik zelf gehad?
  • Voor wie ben ik een voorbeeld? Met wie kan ik zelf een weg van ‘leerling-zijn’ gaan? 

Werkvragen voor jong volwassenen:

  • Welke ervaringen zoek ik in mijn kerk?
  • Wat heb ik werkelijk nodig? Wat mag een leven met Christus mij kosten?

-----------------

[1] Zie 20.35 artikel uit ABC Nieuwsbrief juni 2015: 6 redenen waarom jong volwassenen de kerk verlaten.

[2] De percentages in het kader steunen op interviews (jan.2011) van 1296 achttien tot negenentwintig jarigen over heel de VS met een christelijke achtergrond.

[3] Smaker, magazine van het EJV – Zomer 2015, resultaten van de massabevraging.

 

 

Our website is protected by DMC Firewall!