EvAssist.201709.p2.jpg - 577,40 kB

[Ik] & [wij] op weg …?

Het nieuwe schooljaar is uit de startblokken geschoten. De aanpak waarmee we dit nieuwe vormingsjaar zijn opgestart, zal voor een groot deel bepalen hoe we het in juni 2018 zullen kunnen afsluiten. 

Christenen en geloofsgemeenschappen dragen de opdracht1 om toe te werken naar goede resultaten. Daarover ging de serie “het vormingsjaar”2.  Aan de start van zo’n nieuw vormingsjaar is het daarom bijzonder zinvol om deze vraag te stellen:

Wat wil jij voor jezelf, of voor je team, voor je kerkgemeenschap of voor je huisgroep tegen juni 2018 in je leven en in dat van je naasten zien groeien ter ere van God?

Dit artikel wil deze vraag tot bij de individuele christen brengen.
Voor het gemak verwijst het naar diezelfde individuele christen met [ik] en [gij].
De geloofsgemeenschap rond die christen duiden we aan met [wij]. 

[Ik] : op de Weg van Jezus

Tussen de vele dromen en verwachtingen (over meestal materiële zaken), horen we via de bedieningen van ABC en het Pilgrimshem mensen spreken over hun toekomstverwachtingen:

  • “Ik ben een kind van God. Ik ken en geloof het evangelie.
    Maar Ik heb niet het minste idee hoe God met mij en met mijn leven verder wil.“

  • “Ik weet en accepteer dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn wandel met God.
    Maar zoek ik verder te bouwen op dat “meer van God” waar prediking dikwijls over gaat of waarover we in de huisgroep over spreken , dan sta ik dikwijls alleen.“

  • “Ik weet eigenlijk niet van welk hout nieuwe pijlen te maken om voorbij de struikelblokken in mijn leven te raken. (mede)Leiders en vrienden in mijn geloofsgemeenschap zijn oprecht en van goede wil. Maar ik ondervind dat zij het blijkbaar ook nauwelijks weten.”

[Ik] : gevoelig, hongerig, alleen

Geregeld merken andere mensen op dat die verzuchtingen wel heel erg [ik]-gericht klinken.
Een beetje context geeft perspectief:

  • De overgrote meerderheid van mensen die zich zo uitdrukken, hebben zich al jarenlang gegeven.
    Hun karakter en houding getuigen gewoonlijk van een serieuze, geestelijke diepgang. Ze hebben mee gebeden, geworsteld en gediend.
    Ze zijn zeker geen zeurpieten.

    We helpen die ontevredenheid niet op te lossen als we ons door het [IK]-gehalte van hun getuigenissen laten afleiden van de dieper liggende knelpunten. Helemaal verkeerd zou het zijn om ze te verwerpen of om ze te negeren. 

  • Kan je iemand met jarenlange dienstbaarheid tijdens avond- en weekenduren in onderwijs, pastoraat, evangelisatie of een kerkgebouw met een integer hart voorhouden dat die niet kritisch mag zijn?

    Als we deze mensen oproepen zich “geestelijker” of “meer dienend” te gedragen, dan zouden we hun honger en frustratie categoriseren als iets van minder belang. Uit de getuigenissen blijkt nochtans dat zulke christenen geregeld juist zo’n oordeel ondergaan.
    Zo’n reactie communiceert aan deze getuigen dat het niet realistisch is om stevig(er) geestelijk voedsel, (meer) zorgende relaties en adequate steun voor hun dagelijkse geloofswandel te (blijven) verwachten.

  • In de protestants-evangelische beweging ligt het uitgangspunt bij een eigen beslissing. Een eigen geloofsleven. Een eigen overtuiging. Een eigen inzet. Een eigen gebedsleven...

    De eigen verantwoordelijkheid is inderdaad een onmisbare bouwsteen voor ieders handel en wandel.
    Maar dat "eigen werkten we uit tot het vandaag vooral een eenzijdig accent op [ik] is geworden. We hebben op enkele generaties tijd het belang van [wij] ontleerd . Dat is het belang van de gemeenschap waarbinnen we allen leven en werken en dienen. Dat is een van de redenen waarom gemeentegroei stilvalt en ontkerkelijking om zich heen grijpt.

    Tegelijk herontdekkken mensen het [wij]. Ze herbronnen zich wat leidt naar (nieuwe) plaatelijke geloofsgroepen met een elan gericht op diepgang, relaties en authenticiteit. 

Met “dat is een zeurpiet”, “die moet geestelijker leren leven” of “zich meer dienstbaar opstellen” schuiven we die mensen opzij die in de bestaande geloofsgroepen juist een belangrijk signaal geven. Bovendien struikelen we met verwijtende reacties over onze eigen integriteit. Die mensen brengen immers juist consequent in praktijk waar we zo lang het accent hebben gelegd: op het eigen eenzijdige [ik].3

Waar zijt [gij]?

Steeds regelmatiger krijgen we te horen dat mensen hun geloofsknelpunten niet opgelost krijgen met de gangbare aanpak van onderwijs, eredienst, kleine groep en pastoraat. Zij ventileren (zelfs met enige kwaadheid) over sterke reacties vanuit een simplistische vanzelfsprekendheid. Of die weinig ruimte laten om je authentieke zelf te (leren) zijn.

Deze informatie sprokkelden we uit gesprekken in gemeenten en in het Pilgrimshem:

  • Mensen zoeken dikwijls nog naar een woordenschat om hun standpunten en gevoelens beter te kunnen vertolken. Zowel omstaanders als zijzelf gebruiken veel clichés zoals “vermoeid” – “gefrustreerd” – “depressief” – “burn out”. Eventueel kleden omstaanders die ook subjectief in met een geestelijk jasje: “geloofstwijfel” – “geloofscrisis” – “verloren visie” – “opgegeven bijbelgetrouwheid”. 

    Eén opvallend kenmerk:
    Allen vertolken hoofdzakelijk een [ik]-perspectief of een [gij]-perspectief. Een [wij]-gemeenschap komt er nauwelijks aan te pas.

  • Deze getuigenissen duiken op binnen de diverse generaties van de christelijke beweging. Ze zijn te horen in alle geografische streken. Het fenomeen reikt over de diverse kerkmuren en beperkt zich niet tot een bepaald theologisch accent. Het zijn ook zowel mannen als vrouwen.

  • Nog een opvallend gegeven:
    Wie zo’n signaal geeft en tegelijk een leidersverantwoordelijkheid draagt, drukt zich voorzichtig uit omwille van de goede naam of omwille van de lieve vrede. Deze mensen willen nutteloos gehakketak vermijden – meestal zijn ze die heel erg moe geworden.
    Verschillenden vrezen gebrandmerkt te worden en steken (voorlopig nog) veel energie om toch maar verder te doen – hoewel ze hun grenzen onafwendbaar op zich af zien komen.

  • De getuigen beschrijven een proces van langere tijd. Concrete aanleidingen die hen zich als signaalgever doen opstellen, kunnen daarentegen ontstaan in een heel kort tijdsbestek. Dikwijls is de “druppel teveel” iets banaals. Maar die laat wel hun emmer overlopen.

    Het lijkt of zo'n overlopend emmer zich heel onverwachts manifesteert, verschillende problematieken omvat en moeilijk grijpbaar is. Een aandachtig luisteraar die wat doorgraaft kan daarom de voorafgaande ontwikkeling leren begrijpen. Maar daarvoor moet men bereid zijn verschillende gesprekken te investeren en aan een sterke onderlinge vertrouwensbasis werken. Dat blijkt meestal een heikel punt te zijn …

  • Deze signaalgevers proberen dikwijls zelf nog te begrijpen (en te vertalen) waarom hun kerk-zijn over jaren (soms 30 jaar of langer) zijn relevantie verloren heeft. In de eerste periode waarin “plots” hun emmer overloopt en zij andere prioriteiten leggen, hebben zij het geregeld ook met zichzelf moeilijk. Ze worstelen om onder woorden te kunnen brengen wat er aan de hand is. Zij zoeken zelf nog volop naar verklaringen en oplossingen.

  • Hun argumenten en motiveringen zijn sterk gevoelsmatig geladen.  Dikwijls cirkelen ze rond thema’s van “ruimte en rust”; rond “oprechte zorg en verzorging”; rond “aansluiten op het leven en de noden van vandaag”; rond “verlangen naar diepgaande persoonlijke relaties en onderling vertrouwen”.  

[Ik] ben hier. En wil samen verder.

De diverse gespreksonderwerpen levert een waaier aan mogelijke vormingsthema’s op:4

  • Wie ben [ik]? Waar haal [ik] mijn identiteit vandaan? Waarom gedraag ik me anders dan ik echt ben? Hoe kom ik terug bij mijn echte [ik]?  

  • Wat zullen anderen denken als ik mijn aarzeling verwoord? Welk effect kan dat hebben op hun geloofsleven? En wil ik de prijs betalen als ik daardoor alleen zou komen te staan?

  • Wat zijn mijn levenswaarden? Wat moet ik zelf duidelijker krijgen? Welke normen moet ik in mijn leven (leren) gebruiken om mijn leven in/vanuit God meer ruimte te geven?

  • Er zijn terreinen in mijn leven waar ik behoedzaam genade en vergeving van God en mensen uit de weg blijf gaan.
    Maar de pijn wordt me teveel. Ik weet niet hoe ik toch verder kan.

  • Opnieuw geboren met een roeping en gaven? Om te dienen? Ja! - van harte en helemaal!
    En wie-wat-waar-hoe vind ik steun die mij daarin verder helpt groeien?
    Is er wel de iemand bereid is zo met mij op te trekken en te investeren?

  • Ik worstel. Hoe kan mijn [ik] verbroken leven en stil/stiller worden voor God? Hoe kan ik van Hem een gewillig hart leren om dienstbaar en “aller slaaf” te zijn? Nu wil ik altijd maar voor Hem uit lopen.5

  • Mijn tijdsindeling en de drukte zijn struikelblokken voor mijn relatie met God.
    Wat moet/kan/wil ik daarin veranderen, zodat God niet langer zwijgend en veraf lijkt?

[ik & wij]: samen op weg

Er zijn dus genoeg thema's voor relevant (geloofs)onderwijs en voor (levens)vorming .

Maar een geloofsgemeenschap kan die niet alleen in bijbelstudies vertalen. Die leggen waarschijnlijk wel (opnieuw?) een bijbels fundament.
Maar zich beperkend tot studies, zou die geloofsgemeenschap laten ondervinden dat de inhoud grotendeels weglekt. Ze blijven zonder betekenis. Dikwijls worden ze ervaren als een (zoveelste) theoretische herhaling.

Het evangelie draait om relaties en gemeenschap.
Daar helpen we elkaar de betekenis te vertalen in het dagelijkse leven-werken-dienen van onszelf en van onze naaste.
[wij], dat is: de gemeenschap van leiders, mede-navolgers en medeleerlingen van Jezus. Met een focus op die activiteiten die helpen om in het dagelijkse leven consequent de kern van het evangelie uit te leven. Zo volgen we Christus na.
De geloofsgemeenschap die consequent deze weg wil gaan, vindt waarschijnlijk veel onbekend terrein waar ze opnieuw vertrouwd mee moet leren worden. Maar haar kracht schuilt juist in dat leerproces.

Toen de leerlingen van Jezus hun levenskeuzes leerden maken en Hem verder op de Weg volgeden, raakte de kracht van het evangelie die hun levens inhoud gaf en hen veranderde en masse de andere mensen in de Grieks-Romeinse wereld.  Dat was evangelisatie doorheen discipelschap, ondersteund door gemeenschap met dienende leiders. Daar toonden de christenen dat geloof in het evangelie van het Koninkrijk van God gaat over echte mensen en echte leefsituaties.
en God werkte mee...

Dat kan vandaag nog altijd: simpelweg en alleen kiezen voor de Weg van Jezus.
Leren leven als pelgrims. Op de Weg van Jezus.
Namens zovele andere leerlingen die willen leren Hem consequent na te volgen: hartelijk welkom!.

In de Evan-Assistance van december: 
[Wij]: ter ere van God. Ten dienste van mensen


************
voetnoten

  1. Jezus Zelf draagt ons op zijn geboden te leren in acht nemen (Matth.28:19, Nieuwe Statenvertaling).

  2. Zie https://abcministries.be/publicaties-1/artikelreeksen .
    ABC publiceerde al talloze artikels over de nood aan vorming waardoor christenen effectiever in onze samenleving leren staan. De nood aan zo’n vormingsbeleid is al voldoende onderstreept.

  3. Dit probleem is zeker niet alleen herkenbaar in de Vlaamse christelijke beweging. In het Westen erkennen vele christelijke bewegingen hoe zeer evangelisatie, discipelschap en gemeentegroei knelpunten zijn geworden.
    Tegelijk groeit de aandacht om het evenwicht tussen [ik & wij] – dat is dus: discipelen in gemeenschap - te herstellen.

  4. De thema’s komen uit reële gesprekken, maar zijn vertolkt met mijn woorden om vertrouwelijkheid te bewaren.

  5. Zie Markus 10:44. De context vanaf vers 35 spreekt voor zich.
Our website is protected by DMC Firewall!